In dit artikel
Een meertalige website die in elke taal gevonden wordt, heeft drie dingen nodig: een eigen URL per taalversie, bijvoorbeeld /en/ en /de/, hreflang-tags die alle versies aan elkaar koppelen en zoekwoordonderzoek per taal. Vertaal je alleen woord voor woord, dan mis je de zoekvragen die mensen in dat land echt stellen. Kies de structuur vooraf, want achteraf omgooien kost je posities.
Meertalige website: eerst kiezen voor wie je vertaalt
Een meertalige website begint niet bij een vertaalplugin. Hij begint bij de vraag voor wie je vertaalt: voor een taal, of voor een land? Dat klinkt als een detail, maar het bepaalt je hele structuur.
Een Duitstalige versie kan bedoeld zijn voor Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland tegelijk. Een Nederlandstalige versie voor Nederland en Vlaanderen. Zijn je prijzen, verzending of voorwaarden per land anders, dan heb je per land een versie nodig. Is alleen de taal anders, dan volstaat één versie per taal.
Stel jezelf vooraf ook de praktische vraag: kun je klanten in die taal helpen? Een Franstalige website waarop iemand een vraag stelt die je niet beantwoordt, is slechter dan geen Franstalige website. Vertaal alleen naar talen waarin je ook de mail, de klantenservice en de voorwaarden op orde hebt.
Voor Koach, een app voor volleybalcoaches, was die keuze duidelijk. Koach moest vertrouwen wekken bij coaches, clubs en ouders, en vindbaar zijn in zes talen. En dat in een niche waar je het niet redt met alleen een groot reclamebudget. Voor Koach bouwde ik Koachvolleyball.com in zes talen, met een kennisbank, trainingsplannen en een gratis rotatiegenerator die coaches via Google binnenhaalt. De rest van dit artikel gaat over wat je bij zo'n website goed moet regelen.
Welke structuur kies je: landendomein, subdomein of submap?
Google is daar duidelijk over: geef elke taalversie een eigen URL. Laat de taal niet afhangen van een cookie of van de browserinstellingen van de bezoeker, want dan ziet Google maar één versie. Voor die eigen URL's heb je vier opties. Google zet ze zelf op een rij in de richtlijnen voor meertalige en meerregionale websites.
| Structuur | Voorbeeld | Voordelen | Nadelen |
|---|---|---|---|
| Landendomein | voorbeeld.de | Duidelijk signaal voor één land | Duur, meer beheer, per site opnieuw beginnen |
| Subdomein | de.voorbeeld.nl | Makkelijk op te zetten, losse servers mogelijk | Niet altijd duidelijk of "de" een taal of land is |
| Submap | voorbeeld.nl/de/ | Makkelijk op te zetten, weinig onderhoud, één hosting | Minder duidelijk voor één specifiek land |
| URL-parameter | voorbeeld.nl?taal=de | Geen | Google raadt het af |
Voor de meeste mkb-bedrijven is de submap de beste keuze. Je hebt één website, één beheeromgeving, één hosting en één plek om de techniek bij te houden. Een landendomein is vooral zinvol als je in een land een volwaardige eigen organisatie hebt, met eigen prijzen en een eigen team.
Twee dingen die je vooraf beslist:
- Krijgt je hoofdtaal ook een submap? Bijvoorbeeld voorbeeld.nl/nl/ naast /en/ en /de/. Dat maakt de structuur consequenter. Je hoofdtaal op de hoofdmap laten staan kan ook, zolang je het overal hetzelfde doet.
- Vertaal je ook de URL's? Een Duitse pagina op /de/preise/ leest voor een Duitse bezoeker beter dan /de/prijzen/. Het kost iets meer werk, maar je zoekwoord staat dan ook in de URL.
Heb je al een website en voeg je talen toe, of verander je de structuur? Dan veranderen er URL's. Behandel dat als een verhuizing, met doorverwijzingen voor elke oude URL. Hoe je dat doet zonder posities te verliezen, lees je in website migreren zonder SEO-verlies.
Hreflang uitgelegd: zo vertel je Google welke taal bij wie hoort
Met hreflang vertel je Google welke pagina's vertalingen van elkaar zijn, en voor welke taal of welk land ze bedoeld zijn. Google toont dan de Duitse versie aan een Duitse zoeker en de Engelse aan iemand die in het Engels zoekt.
Zo ziet het eruit in de <head> van een pagina met een Nederlandse, Engelse en Duitse versie:
<link rel="alternate" hreflang="nl" href="https://www.voorbeeld.nl/" />
<link rel="alternate" hreflang="en" href="https://www.voorbeeld.nl/en/" />
<link rel="alternate" hreflang="de" href="https://www.voorbeeld.nl/de/" />
<link rel="alternate" hreflang="x-default" href="https://www.voorbeeld.nl/" />
De regels die Google hanteert, en waar het in de praktijk vaak misgaat:
- Elke versie noemt alle versies, ook zichzelf. De Engelse pagina bevat dus precies dezelfde vier regels als de Nederlandse.
- Verwijzingen moeten over en weer gaan. Verwijst pagina A naar B, maar B niet terug naar A, dan negeert Google de tags.
- Gebruik de juiste codes. De taal staat voorop, volgens ISO 639-1 (nl, en, de, fr). Een land mag erachter, volgens ISO 3166-1 alpha-2, bijvoorbeeld nl-BE. Alleen een landcode is ongeldig. En let op: het Verenigd Koninkrijk is en-GB, niet en-UK.
- Gebruik x-default voor de versie die bezoekers krijgen als geen enkele taal past, of voor je taalkeuzepagina.
- Kies één methode. Hreflang kan in de HTML-head, in een HTTP-header of in je sitemap. Voor Google zijn ze gelijkwaardig. Ze combineren levert niets extra op.
- Laat de canonical binnen dezelfde taal. De Duitse pagina verwijst als canonieke versie naar zichzelf, niet naar de Nederlandse.
In WordPress hoef je dit meestal niet met de hand te doen. Meertaligheidsplugins zoals WPML, Polylang en TranslatePress kunnen de hreflang-tags voor je zetten. Controleer het na de livegang wel even in de paginabron. Daar gaat het vaker mis dan je zou denken, bijvoorbeeld bij pagina's die nog niet in alle talen bestaan. Alle details staan in de documentatie van Google over gelokaliseerde versies.
Goed om te weten: Google bepaalt de taal van een pagina aan de hand van de zichtbare tekst, niet aan de hand van het lang-attribuut in je code. Zet dat attribuut wel goed, want schermlezers en browsers gebruiken het. Maar houd daarnaast per pagina één taal aan, ook in het menu en de footer.
Vertalen of herschrijven? Zo maak je content die per taal werkt
Hier gaat het bij veel meertalige websites mis. De Nederlandse tekst wordt vertaald, en dat is het. Netjes, maar niet vindbaar. Mensen in een ander land zoeken met andere woorden, stellen andere vragen en verwachten andere voorbeelden.
Maak daarom onderscheid tussen vertalen en herschrijven:
- Vertalen werkt voor vaste informatie: je voorwaarden, je contactgegevens, de beschrijving van een product.
- Herschrijven is nodig voor alles wat gevonden moet worden: dienstenpagina's, landingspagina's en artikelen. Je begint dan per taal opnieuw bij de zoekvraag.
Bij Koach was dat het uitgangspunt: SEO per taal, met content rond de vragen die coaches echt googelen. Dat betekent niet één zoekwoordenlijst die je zes keer vertaalt, maar per taal kijken wat mensen daar intypen. De gratis rotatiegenerator laat zien wat daarbij ook werkt: een handige tool is in elke taal bruikbaar en trekt bezoekers die nog nooit van je gehoord hebben.
Zo pak je het herschrijven aan:
- Doe zoekwoordonderzoek per taal. Gebruik de autoaanvulling van Google in die taal en kijk wat daar bovenaan staat. Hoe je een zoekvraag kiest, lees je in SEO blog schrijven. Die werkwijze werkt in elke taal hetzelfde.
- Pas voorbeelden en praktische informatie aan. Valuta, maten, telefoonnummers met landcode, verzendkosten, betaalmethoden en openingstijden in de juiste tijdzone.
- Gebruik machinevertaling of AI als eerste versie, niet als eindversie. Laat elke taal nalezen door iemand die de taal goed beheerst. Een tekst die net niet klopt, kost vertrouwen bij precies de klant die je wilt winnen.
- Vertaal de hoofdinhoud echt. Google ziet vertaalde pagina's niet als dubbele content, zolang de hoofdinhoud vertaald is. Alleen een vertaald menu boven een Nederlandse tekst werkt niet.
Wil je de teksten laten schrijven of herschrijven, lees dan in website teksten laten schrijven wat dat kost en hoe je een goede briefing maakt. Die briefing heb je per taal nodig.
SEO per taal: wat je per taalversie apart regelt
Behandel elke taalversie als een eigen website die toevallig hetzelfde dak deelt. Dat betekent dat je per taal deze dingen apart regelt:
- Paginatitel en metabeschrijving, met het zoekwoord in die taal.
- Koppen en URL's in die taal.
- Interne links binnen dezelfde taal. Een Duitse pagina linkt naar Duitse pagina's, niet naar de Nederlandse versie.
- Een taalkeuze op elke pagina die naar dezelfde pagina in de andere taal leidt, niet naar de homepage. Gebruik taalnamen in plaats van vlaggen: een vlag staat voor een land, niet voor een taal.
- Geen automatische doorverwijzing op basis van locatie. Google crawlt vooral vanuit de Verenigde Staten en ziet dan mogelijk alleen je Engelse versie. Toon liever een melding met een voorstel voor de juiste taal.
- Meten per land. In Search Console filter je het rapport Prestaties op land. Zo zie je per markt op welke zoekopdrachten je verschijnt en waar het nog niet loopt.
- Links uit die taal of dat land. Een vermelding op een Duitse vakwebsite helpt je Duitse versie meer dan nog een Nederlandse link.
Adverteer je ook in die landen? Dan geldt hetzelfde principe: elk land een eigen aanpak. Hoe ik dat voor Lumin deed, met campagnes per land en doelgroep, lees je in internationaal adverteren.
Beheer: een meertalig CMS dat je zelf kunt bijhouden
Een meertalige website lanceren is één ding. Hem bijhouden is iets anders. Het grootste risico is dat de talen uit elkaar gaan lopen: de Nederlandse prijzen zijn bijgewerkt, de Engelse niet. Of er staat een nieuwe dienst op de Nederlandse site die in het Duits nog ontbreekt.
Bij Sushito, een restaurantconcept dat sushi en burrito's combineert, hoorde dat bij de opdracht: de website kreeg een meertalig CMS, zodat hij in meerdere talen te beheren is. Meer daarover vind je bij de cases.
Wat ik je in het beheer aanraad:
- Spreek af wie welke taal bijhoudt. Eén eigenaar per taal voorkomt dat iedereen denkt dat een ander het doet.
- Werk wijzigingen in alle talen tegelijk bij. Maak er een vaste stap van: geen nieuwe prijs, dienst of openingstijd online zonder alle taalversies.
- Kies een oplossing die bij je team past. Een plugin die alle talen in één WordPress-omgeving beheert, is voor de meeste bedrijven het overzichtelijkst. Aparte websites per land geven meer vrijheid, maar ook meer werk.
- Controleer elk kwartaal je hreflang en je ontbrekende vertalingen. Een pagina die in één taal is verwijderd, kan in de andere talen nog steeds naar die pagina verwijzen.
Wat kost een meertalige website, en is er subsidie?
Een meertalige website kost meer dan een website in één taal, vooral door de content. De techniek is met de juiste opzet goed te doen. Elke taal betekent wel extra teksten, extra zoekwoordonderzoek, extra controle en extra onderhoud. Hoeveel dat is, hangt af van het aantal pagina's en het aantal talen.
Bij mij begint een website vanaf € 1.500 eenmalig, met € 50 per maand voor onderhoud. De SEO-technische inrichting zit in het websitetraject zelf. Wat extra talen kosten, hangt af van het aantal talen en pagina's, en staat daarom niet als vast bedrag in mijn prijslijst.
Dan de subsidie, want daar wordt veel op gezocht. Een landelijke subsidie die specifiek een meertalige website vergoedt, heb ik niet gevonden. De DHI-regeling van RVO steunt mkb-bedrijven bij projecten in het buitenland, maar is niet bedoeld voor een website op zich. Kijk daarnaast bij je provincie of gemeente naar regionale regelingen voor export of digitalisering. Wees voorzichtig met aanbieders die beloven dat je website wordt gesubsidieerd.
Conclusie: één structuur, per taal een eigen aanpak
Een meertalige website werkt als je de structuur vooraf goed kiest en elke taal daarna als een eigen markt behandelt. Geef elke taalversie een eigen URL, koppel de versies met hreflang en controleer dat het klopt. Herschrijf wat gevonden moet worden in plaats van het alleen te vertalen, en spreek af wie elke taal bijhoudt.
Hoe meertalige SEO past in de rest van je vindbaarheid, lees je in hoe kom ik bovenaan in Google. Wil je weten wat een website met deze basis bij mij kost? Download dan de prijslijst.
Veelgestelde vragen
Wat is de beste manier om een meertalige website te maken?
Voor de meeste mkb-bedrijven werkt één website met een submap per taal het best, zoals voorbeeld.nl/en/ en voorbeeld.nl/de/. Je hebt dan één beheeromgeving en één hosting. Geef elke taalversie een eigen URL, koppel de versies met hreflang en zorg dat de hoofdinhoud echt vertaald is. Laat bezoekers zelf een taal kiezen met een duidelijke taalkeuze, in plaats van ze automatisch door te sturen op basis van hun locatie.
Is een vertaalde pagina duplicate content?
Nee. Google ziet vertaalde pagina's als aparte taalversies, niet als dubbele content. Dat verandert pas als de hoofdinhoud onvertaald blijft, bijvoorbeeld als alleen het menu en de footer in het Duits staan en de rest in het Nederlands. Let wel op bij versies in dezelfde taal voor verschillende landen, zoals Nederland en België. Zijn die vrijwel gelijk, dan kiest Google er mogelijk één als hoofdversie. Hreflang helpt Google dan om de juiste versie te tonen.
Kan ik mijn website automatisch laten vertalen?
Als startpunt wel. Machinevertaling en AI leveren tegenwoordig bruikbare teksten op, en een meertaligheidsplugin kan ze direct in je website zetten. Publiceer ze alleen niet ongecontroleerd. Laat elke taalversie nalezen door iemand die de taal goed beheerst, en pas zoekwoorden, voorbeelden en praktische informatie aan per land. Een vertaling die net niet klopt, kost vertrouwen. En op grote schaal pagina's maken zonder toegevoegde waarde ziet Google als spam.
Is er subsidie voor een meertalige website?
Een landelijke subsidie speciaal voor een meertalige website heb ik niet gevonden. De DHI-regeling van RVO steunt mkb-bedrijven bij projecten in het buitenland, zoals demonstratieprojecten en haalbaarheidsstudies, en is in 2026 open van 2 maart tot en met 31 december, zolang er budget is. Die regeling is niet bedoeld voor een website op zich. Kijk daarnaast bij je provincie en gemeente, en vraag bij twijfel RVO om advies. Een garantie op subsidie kan niemand je geven.
Moet ik voor elke taal een aparte domeinnaam kopen?
Dat hoeft niet. Een landendomein zoals .de is een duidelijk signaal voor één land, maar betekent ook meer beheer en meer kosten, en elke site begint qua bekendheid vaak opnieuw. Wil je vooral een taal bedienen en niet één specifiek land, dan is een submap op je bestaande domein eenvoudiger. Het is wel slim om de landendomeinen van je belangrijkste markten te registreren en door te sturen, zodat niemand anders ze gebruikt.
Benieuwd hoe ik dit in de praktijk aanpak?
Het pitchdeck laat de hele werkwijze zien.
Geschreven door Dennis Boekhout
Marketing freelancer uit 's-Hertogenbosch. Volg op LinkedIn (opent in een nieuw tabblad)