Momenteel neem ik geen nieuwe klanten aan +31 6 301 963 14 dennis@gouwers.nl
WordPress

WordPress website sneller maken: 5 ingrepen die echt werken

Dennis BoekhoutBijgewerkt op 9 min leestijd

In dit artikel

Een WordPress website sneller maken begint met meten: test je belangrijkste pagina's in PageSpeed Insights en kijk naar de velddata van echte bezoekers. Daarna pak je de vijf grootste remmen aan: trage hosting, een zwaar thema, te grote afbeeldingen, te veel plugins en scripts, en ontbrekende caching. Google noemt een LCP van 2,5 seconden of sneller goed.

WordPress website sneller maken: waar zit de vertraging?

Je WordPress website sneller maken lukt pas als je weet waar de vertraging zit. Een trage site heeft zelden één oorzaak. Meestal stapelt het zich op: goedkope hosting, een thema dat alles kan, foto's recht uit de camera, twintig plugins en een paar externe scripts voor chat, tracking en social media.

Waarom snelheid ertoe doet voor je bezoekers, lees je in het artikel over waarom websitebezoekers afhaken. Hier gaat het over de techniek: hoe je meet, en welke vijf ingrepen in WordPress het meeste opleveren.

Eén waarschuwing vooraf. Installeer niet blind een handvol "speed"-plugins. Zonder meting weet je niet wat werkt, en een verkeerde instelling kan je site breken.

Website snelheid testen: zo meet je het goed

PageSpeed Insights: labdata en velddata

Ga naar PageSpeed Insights van Google en vul de URL van een pagina in. Je krijgt twee soorten resultaten, en het verschil is belangrijk.

  • Velddata staan bovenaan. Ze komen uit het Chrome User Experience Report (CrUX): metingen bij echte bezoekers die Chrome gebruiken, over de afgelopen 28 dagen. Dit is hoe je site voor mensen aanvoelt.
  • Labdata staan daaronder, met de bekende score van 0 tot 100. Die komt uit Lighthouse: een gesimuleerde test op één apparaat met een vaste verbinding. Handig om problemen op te sporen, maar het is niet wat je bezoekers ervaren.

Heeft je site weinig bezoekers, dan zijn er soms geen velddata. Dan werk je met de labdata en met Search Console.

Test niet alleen je homepage. Kies de pagina's die ertoe doen: je drukst bezochte landingspagina's, een dienstenpagina, een productpagina en je contactpagina. Test altijd mobiel. Bij de meeste sites komt daar het grootste deel van de bezoekers binnen, en daar zijn de verschillen het grootst.

Core Web Vitals in Search Console

In Google Search Console vind je het rapport Core Web Vitals. Dat gebruikt dezelfde velddata, maar groepeert vergelijkbare pagina's. Je ziet per groep of de status Goed, Verbetering nodig of Slecht is, apart voor mobiel en desktop.

Heb je iets verbeterd, klik dan op Bijhouden starten. Google houdt de groep dan 28 dagen in de gaten. Zie je het resultaat niet meteen, dan is dat normaal: velddata gaan over de afgelopen 28 dagen en reageren dus traag.

De drie Core Web Vitals in het kort

Meting Wat het meet Goed volgens Google Typische oorzaak in WordPress
LCP (Largest Contentful Paint) Wanneer het grootste element in beeld staat 2,5 seconden of sneller Grote headerfoto, trage server, slider
INP (Interaction to Next Paint) Hoe snel de pagina reageert op een klik of tik 200 milliseconden of minder Veel JavaScript van plugins en externe scripts
CLS (Cumulative Layout Shift) Hoeveel de lay-out verspringt tijdens het laden 0,1 of minder Afbeeldingen zonder afmetingen, laat ladende banners en lettertypen

Daarnaast toont PageSpeed Insights de Time to First Byte (TTFB): hoe lang het duurt voordat je server de eerste gegevens stuurt. Die hoort niet bij de Core Web Vitals, maar PageSpeed Insights noemt 0,8 seconde of minder goed. Is je TTFB hoog, dan zit het probleem op de server: je hosting, je caching of zware plugins die de pagina traag opbouwen.

Schrijf je uitgangssituatie op per pagina. Na elke ingreep meet je opnieuw. Zo weet je wat het verschil maakte.

Ingreep 1: kies hosting die WordPress aankan

Alles begint bij de server. Een te volle, goedkope server maakt elke pagina traag, hoe goed je de rest ook regelt. Je herkent het aan een hoge TTFB, ook op simpele pagina's.

Let bij hosting op:

  • Een recente PHP-versie. WordPress raadt PHP 8.3 of hoger aan. Nieuwere versies zijn veiliger en vaak ook sneller.
  • Caching op de server. Goede WordPress-hosting heeft een eigen paginacache en OPcache, zodat PHP niet bij elk bezoek alles opnieuw hoeft te doen.
  • Genoeg rekenkracht. Vooral voor een webshop met WooCommerce, waar winkelmand en kassa niet uit de cache kunnen komen.
  • Een datacenter dicht bij je bezoekers. Zitten je klanten in Nederland, dan wil je een server in Nederland of in de buurt.
  • Object caching, zoals Redis. Dat helpt bij dynamische sites en webshops, omdat veelgebruikte databasevragen in het geheugen blijven.

Overstappen naar een andere host is een verhuizing van je site. Doe dat zorgvuldig, met een back-up en een testmoment voordat je de DNS omzet. Hoe je dat aanpakt, lees je in website migreren.

Ingreep 2: een licht thema in plaats van een zware paginabouwer

Veel WordPress-sites draaien op een thema dat alles kan: tientallen lay-outs, sliders, animaties en een eigen paginabouwer. Dat klinkt handig, maar al die functies laden vaak CSS en JavaScript op elke pagina, ook als je ze niet gebruikt. Dat kost laadtijd en maakt de pagina trager in reactie.

Een lichter alternatief is Kadence, waarvan ik Kadence WP Partner ben. Het thema werkt met de blokeditor van WordPress zelf, in plaats van met een aparte paginabouwer. Je zet pagina's op met blokken, en je laadt alleen wat je echt gebruikt. In de instellingen kun je bovendien lettertypen lokaal laden in plaats van via Google Fonts. Dat scheelt een externe verbinding.

Een ander thema kiezen is wel een grote stap. Je bouwt in feite je pagina's opnieuw op. Dat is vaak het moment om ook de structuur en teksten onder de loep te nemen. Twijfel je of je bestaande site nog te redden is, of dat een nieuwe site slimmer is? Lees dan wat je vooraf checkt bij een WordPress website laten maken.

Blijf je bij je huidige thema? Zet dan in de thema-instellingen alle onderdelen uit die je niet gebruikt. Veel zware thema's hebben daar een eigen instellingenscherm voor.

Ingreep 3: afbeeldingen verkleinen en slim laden

Afbeeldingen zijn vaak het zwaarste onderdeel van een pagina, en ook de makkelijkste winst.

  1. Verklein tot de maat waarop je ze toont. Een foto van 4.000 pixels breed in een vak van 1.200 pixels is zonde. Verklein voor het uploaden, of laat een plugin dat doen.
  2. Gebruik moderne formaten. WebP is bijna altijd kleiner dan JPG of PNG bij dezelfde kwaliteit. WordPress ondersteunt WebP en, als je server het aankan, ook AVIF.
  3. Comprimeer. Een compressieplugin verkleint bestanden zonder dat je verschil ziet. Je kunt ook zelf comprimeren voordat je uploadt.
  4. Laad de headerfoto niet lazy. WordPress laadt afbeeldingen buiten beeld standaard pas als je ernaartoe scrolt. Dat is goed, behalve voor de grote afbeelding bovenaan. Die moet juist zo snel mogelijk laden, want dat is meestal je LCP-element. Sliders en sommige paginabouwers verstoren dit. PageSpeed Insights laat bij de diagnose zien welk element je LCP is.
  5. Geef afbeeldingen afmetingen mee. Een afbeelding met breedte en hoogte houdt zijn plek vast tijdens het laden. Zo verspringt je pagina niet en blijft je CLS laag.

Ook video's tellen mee. Een YouTube-video laadt een flinke hoeveelheid scripts, ook als niemand op afspelen klikt. Toon in plaats daarvan een afbeelding met een afspeelknop die de video pas laadt na een klik. Veel thema's en plugins hebben daar een optie voor.

Ingreep 4: ruim plugins en scripts op

Het aantal plugins zegt weinig. Eén zware plugin kan meer kwaad doen dan tien lichte. Het gaat erom wat een plugin op je pagina's laadt.

Zo pak je het aan:

  • Verwijder wat je niet gebruikt. Gedeactiveerde plugins die je nooit meer aanzet, gooi je weg.
  • Kijk naar externe scripts. Chatwidgets, social-mediafeeds, kaarten, heatmaps en trackingpixels laden code van andere servers. Ze zijn een bekende oorzaak van een slechte INP. Vraag je per script af of het nog iets oplevert.
  • Laad scripts alleen waar ze nodig zijn. Een formulier- of kaartplugin hoeft niet op elke pagina te laden. Sommige plugins hebben die optie zelf, anders kan een developer dat per pagina regelen.
  • Vervang meerdere kleine plugins door één goede. Zeker als ze hetzelfde doen, zoals twee plugins voor sliders of voor social sharing.
  • Test na elke wijziging. Zet een plugin uit, meet opnieuw en kijk of alles nog werkt.

PageSpeed Insights helpt je bij het zoeken. Onder de diagnose zie je meldingen als "Verminder ongebruikte JavaScript", met de bestanden erbij. Aan de mapnaam in de bestandsnaam zie je meestal welke plugin het is.

Ingreep 5: caching en een CDN

Zonder caching bouwt WordPress elke pagina bij elk bezoek opnieuw op uit de database. Met paginacaching wordt een kant-en-klare versie bewaard en direct uitgeleverd. Dat verlaagt de serverreactietijd vaak flink.

  • Paginacache. Gebruik de cache van je host als die er is. Anders een cacheplugin. Gebruik er maar één.
  • Browsercache. Laat bezoekers bestanden als logo's en stylesheets bewaren, zodat een tweede pagina sneller laadt.
  • CDN. Een content delivery network, zoals Cloudflare, levert bestanden uit vanaf servers dicht bij je bezoeker. Vooral nuttig als je bezoekers uit meerdere landen komen.

Wees voorzichtig met de zwaardere opties in cacheplugins, zoals het samenvoegen van bestanden en het uitstellen van JavaScript. Ze kunnen veel winst opleveren, maar ook menu's, formulieren of je cookiebanner breken. Zet ze één voor één aan en test elke keer je belangrijkste pagina's en je formulieren.

Heb je een webshop? Controleer dan dat winkelmand, kassa en de accountpagina niet worden gecachet. De meeste cacheplugins regelen dat automatisch voor WooCommerce, maar check het.

Vergeet na een wijziging aan je site niet de cache te legen. Anders zie je je aanpassing niet en denk je dat er iets mis is.

Zo houd je je WordPress website snel

Een snelle site wordt vanzelf weer trager. Er komen nieuwe plugins bij, iemand uploadt een foto van 8 MB en de marketingafdeling voegt nog een trackingscript toe. Snelheid is daarom geen eenmalige klus.

Kijk elke maand even in het rapport Core Web Vitals in Search Console. Verschijnen er pagina's met Verbetering nodig of Slecht, test die dan in PageSpeed Insights. Spreek met iedereen die de site bijwerkt af hoe groot afbeeldingen mogen zijn.

Het bijhouden van prestaties hoort bij goed onderhoud. Wat er verder in onderhoud hoort te zitten, lees je in website onderhoud: kosten en wat erin hoort. Bij mij kost onderhoud € 50 per maand: je site blijft veilig en up-to-date, er worden back-ups gemaakt en ik houd de prestaties bij.

Conclusie: eerst meten, dan de grootste rem eraf

Je WordPress website sneller maken begint niet met een plugin, maar met een meting. Kijk in PageSpeed Insights en Search Console naar de velddata en zoek uit welke meting tekortschiet. Een hoge TTFB wijst naar hosting en caching. Een trage LCP vaak naar afbeeldingen en je thema. Een slechte INP naar plugins en scripts.

Kies daarna de ingreep die bij je zwakste meting past. Afbeeldingen, plugins en caching pak je vaak in korte tijd aan. Hosting en thema vragen meer werk, maar bepalen hoe snel je site maximaal kan worden. Meet na elke stap opnieuw. Wil je weten wat een snelle, nieuwe WordPress website bij mij kost? In de prijslijst staan alle tarieven, vanaf € 1.500 voor een website.

Veelgestelde vragen

Hoe snel moet een WordPress website zijn?

Google gebruikt de Core Web Vitals als maatstaf. Goed is een Largest Contentful Paint van 2,5 seconden of minder, een Interaction to Next Paint van 200 milliseconden of minder en een Cumulative Layout Shift van 0,1 of minder. Google kijkt daarbij naar het 75e percentiel van echte bezoeken, apart voor mobiel en desktop. Haalt minstens driekwart van de paginabezoeken die grenzen, dan zit je goed.

Waarom is mijn PageSpeed-score op mobiel veel lager dan op desktop?

Voor de mobiele test simuleert PageSpeed Insights een tragere telefoon met een tragere mobiele verbinding. Zware scripts, grote afbeeldingen en veel lettertypen wegen daardoor veel zwaarder dan op desktop. Een lagere mobiele score is dus normaal. Kijk vooral naar de velddata van echte bezoekers, en verbeter eerst wat de test bij Diagnose als grootste rem aanwijst.

Moet mijn PageSpeed-score 100 zijn?

Nee. De score van 0 tot 100 is een labtest onder vaste omstandigheden. Wat voor je bezoekers en voor Google telt, zijn de velddata: hoe snel je site is voor echte mensen. Een site met een score van 80 en groene Core Web Vitals is prima. Jaag niet op de laatste punten als je daar functies of gebruiksgemak voor moet opgeven.

Welke cacheplugin is het beste voor WordPress?

Dat hangt vooral af van je hosting. Heeft je host een eigen cache, gebruik die dan. Draait je site op een LiteSpeed-server, dan ligt LiteSpeed Cache voor de hand. Anders zijn WP Rocket, een betaalde plugin, of het gratis WP Super Cache gangbare keuzes. Gebruik er altijd maar één, want twee cacheplugins naast elkaar zorgen voor fouten en soms zelfs een tragere site.

Benieuwd hoe ik dit in de praktijk aanpak?

Het pitchdeck laat de hele werkwijze zien.

Geschreven door Dennis Boekhout

Marketing freelancer uit 's-Hertogenbosch. Volg op LinkedIn (opent in een nieuw tabblad)